Een Griekse tragedie is niet leuk om naar te kijken en al helemaal niet als deze zich in de werkelijkheid afspeelt. Ernstig is het, wanneer de regisseurs tijdens de voorstelling blijven roepen ‘dat het goed afloopt’, terwijl later blijkt dat het tegendeel het geval is. Of nog erger: de regisseurs blijken de regie niet eens in handen te hebben, waardoor iedereen nu wacht op het onvermijdelijke want klassieke noodlot. Natuurlijk, er wordt nog wat gekwebbeld over wel of niet in de eurozone en een ‘planmatig’ faillissement, maar dat klinkt net zo onprofessioneel als een gefaseerde onthoofding. Het komt er gewoon op neer dat men de bewegingen van de markt niet in de hand heeft noch deze kan voorspellen. En het maakt niet uit of de Grieken nu wel of niet in de eurozone zitten want de eurolidstaten geven ieder voor zich staatsobligaties uit en de zwakkere broeders – zoals de Italianen – zullen steeds hogere rentes moeten gaan betalen als hun kredietwaardigheid inzakt. Tegelijkertijd krijgen alle Europese banken die de Grieken geld geleend hebben een behoorlijke schadepost te verwerken, met alle gevolgen voor hun notering op de beurs.
Het vreemde is vooral, dat in al die jaren kennelijk niemand de Griekse problemen heeft zien aankomen. En ook nu had ieder weldenkend mens op zijn vingers kunnen natellen dat de Griekse ‘oplossingen’ niet zouden werken. Hogere belastingen? Bij de huidige Griekse belastingmoraal levert dat dus niets op. Verkoop van staatsbedrijven? Met de Griekse ambtelijke cultuur in gedachten wil niemand die bedrijven hebben. Economische groei? Vergeet het maar. ‘Read my lips’: na een onafwendbaar Grieks bankroet zullen de scenario’s van minister De Jager verbleken bij de economische nachtmerrie die straks door Europa waart. Want terwijl in de eurozone bezuiniging op bezuiniging wordt gestapeld zullen deze herfst naast de bladeren ook de aandelenkoersen, winstverwachtingen, economische groeicijfers, waarde van de euro, koopkracht van de burger en vertrouwen van de consument in een neerwaartse spiraal terechtkomen.
Dat zwartste scenario – waar niemand aan wil denken, laat staan over spreken – vormt echter slechts de opmaat voor het rampjaar 2012. Onder het motto ‘you ain’t seen nothing yet’ zal de Amerikaanse verkiezingsstrijd de doodssteek toebrengen aan de zieltogende wereldeconomie.
Dan zal namelijk blijken dat het zo moeizaam bevochten ‘kredietplafond’ niet veilig na de verkiezingen wordt bereikt, maar al veel eerder, midden in de verkiezingsstrijd. De ‘veilige’ tijdhorizon was gebaseerd op een redelijke mate van economische groei. Blijft die groei uit, dan komt dat plafond weer razendsnel dichterbij. Met twee onverzoenbare partijen die in het najaar van 2012 beide kiezen voor een ‘alles of niets’ opstelling (‘No, we cannot’), vormt dat een grote bedreiging voor de Amerikaanse kredietwaardigheid en daarmee de wereldeconomie.
Twintig jaar geleden – in een periode van hoogconjunctuur - stelde de Amerikaanse politicoloog en filosoof Francis Fukuyama nog dat met de val van de muur en het eind van het Sovjet-imperium het Einde van de Geschiedenis was bereikt: de kapitalistische markteconomie en de liberale democratie hadden zich als hoogste menselijke vorm van beschaving bewezen. Inmiddels kunnen we vaststellen dat het eind van de geschiedenis inderdaad aanstaande is, alleen op een andere manier dan Fukuyama destijds had voorzien. Het financiële systeem van de kapitalistische markteconomie hangt voortdurend aan de rand van de afgrond en de liberale democratieën van de wereld hebben hier geen antwoord op.
Jaren later brak bij Fukuyama een nieuw inzicht door dat nu weer actueler is dan ooit. In het boek ‘Trust’ beschreef hij hoe de economische, sociale en politieke systemen in de wereld uiteindelijk allemaal zijn gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen dat een klant zijn rekening betaalt, al bevindt hij zich aan de andere kant van de wereld; het vertrouwen dat de bank de waarde van jouw bankbiljetten garandeert, het vertrouwen dat de staat jou veiligheid, zorg en rechtszekerheid biedt en dat je familie en vrienden je opvangen wanneer dat nodig mocht blijken. Dat fundamentele vertrouwen is al jaren aan het slinken, met alle gevolgen van dien voor onze samenleving. Het terugwinnen van dat vertrouwen is de belangrijkste opgave voor de politici in de liberale democratieën. Vertrouwen in de politiek, vertrouwen in de economie, maar vooral vertrouwen in de toekomst. Dat vergt meer dan ooit het overstijgen van politieke tegenstellingen, het samenwerken op het internationale vlak en in de politieke sfeer bovenal creativiteit, lef en visie. De vraag die wij ons als westerse kiezers dan ook moeten stellen is, of wij de leiders gekregen hebben die we verdienen of die we nodig hebben.
Kees M. Paling
is publicist en auteur van o.a. Het Fin de Siècle als uitdaging.
woensdag 21 september 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)