zaterdag 29 december 2012

boeken uitgeven is 19de eeuws

Wie op een opiniepagina een klaagzang aanheft kan verzekerd zijn van maatschappelijke echo en nagalm. Dat merkte literator Peter Drehmanns na publicatie van zijn schotschrift over uitgeverijen in het algemeen en uitgeverij Querido in het bijzonder. Na negen ‘goed besproken’ (maar waarschijnlijk onvoldoende verkopende) boeken was Querido niet langer enthousiast over zijn manuscripten. Drehmanns hield de eer aan zichzelf, maar kreeg vervolgens ook bij andere uitgeverijen geen voet aan de grond. Zijn persoonlijke werdegang zag de auteur als een teken des tijds: uitgeverijen gaan tegenwoordig alleen nog voor hapklare teksten, marketingstrategieën en zekere kaskrakers. Voor echte literatuur is geen plaats en geen geld meer. Hoewel je over de definitie van literatuur kunt discussiëren, is de actie van Drehmanns op zijn minst ‘moedig’ te noemen. Met zo’n schotschrift roep je al snel de verdenking op je dat je een gefrustreerde schrijver bent die zijn afwijzing niet kan verkroppen. Dat zal zeker meespelen, maar Drehmanns heeft toch ook een punt. Uitgeverijen hebben bestsellers nodig om te overleven en omdat je kaskrakers niet tevoren kunt voorspellen (lees alle bestsellers die ooit eerst werden afgewezen – zoals In de Ban van de Ring) gaan ze steeds meer voor zekerheid en dus voor de middelmaat. Liever de verzamelde columns van een BN-er bij de kassa dan een literair hoogstandje van een oud-gediende. Dat zullen uitgevers niet gauw toegeven – zie de verontwaardigde reactie van Querido – maar het is een onvermijdelijke ontwikkeling. De tijden zijn nu eenmaal veranderd, evenals de markt en de uitgeefwereld. Die ontwikkeling is echter veel breder: het uitgeven van boeken is vanouds een 20ste zoniet 19de eeuwse praktijk, evenals het uitgeven van kranten, het maken van televisie, het behartigen van belangen via politieke partijen en vakbonden, het sparen en lenen via banken, etc, etc. Al die maatschappelijke activiteiten zijn al geruime tijd aan slijtage onderhevig. Er worden nieuwe manieren gezocht en gevonden om projecten te financieren, informatie te genereren en te verspreiden, debatten te voeren en beslissingen te nemen. Drehmanns weet daar genoeg van, want hij heeft een eigen website, een beigen log, hij twittert en hij maakt filmpjes. Waarom dan nog langer vasthouden aan die oude manier van publiceren? Aan die fossiele uitgevers uit een vervlogen eeuw? Houdt dan echt de eer aan jezelf en maak je klaar voor een sprong voorwaarts naar een nieuwe wereld van internationalisering en digitalisering. Na de wetenschap, de politiek en het bedrijfsleven wordt het tijd dat ook de Nederlandse literatuur zich internationaal oriënteert. En dan bedoel ik niet het vertalen van dichtbundels voor de Kroatische lezersmarkt, maar het direct in het Engels schrijven van manuscripten. Als Nederlandse uitgevers alleen nog wensen te investeren in jonge meiden met liefst blonde haren en een diep decolleté, dan wordt het tijd dat de mannelijke schrijvers van boven de vijftig zich aaneensluiten tot de ‘Angry Old Men’ (of – naar het decennium – ironisch genoeg – tot ‘de tieners’), hun moedertaal boycotten en alleen nog maar Engelse strofen fabriceren. In combinatie met de digitalisering betekent dat niet alleen een snellere en goedkopere productie en verspreiding, maar tevens een grotere – want internationale – markt om je producten kwijt te raken. En dan hoef je niet eens het wiel zelf uit te vinden. Printing on demand van je manuscript via bijvoorbeeld internetaanbieder Amazon kost relatief weinig, genereert aandacht en levert in ieder geval iets op. Hetzelfde manuscript als e-book is echter veel aantrekkelijker: nauwelijks kosten en 70% opbrengst van elk verkochte titel. What are we waiting for? Een woordenboek Nederlands-Engels heb ik al. Kees M. Paling is cultuursocioloog en auteur van zeven boeken

woensdag 12 september 2012

Einde der verkiezingen

door Hans Kuitert UTRECHT, …. Wat de Maya-kalender zegt van 12 september is niet helder. Wel wat er precies honderd dagen later staat te gebeuren: het einde van de wereld. Althans, volgens de interpretatie van de doemdenkers en volgens recent onderzoek van het persbureau Reuters liefst 10 procent van de huidige wereldbevolking, zo’n 70 miljoen mensen dus. Als die 10 procent representatief is, dan zouden 1,67 miljoen Nederlanders morgen (vandaag) de moeite niet eens willen nemen het rode potlood aan te raken. Formeren in de polder duurt zeker langer dan honderd dagen. Dus waarom bang voor Samson in het Torentje, of Rutte? Op 21 december is het toch allemaal voorbij. Krijgen alle politici hun zin: geen Europa, geen Euro, geen staatsschuld, geen later pensioen, in één klap worden alle hypotheken voorgoed afgelost. Cultuursocioloog Kees Paling denkt niet dat het zo’n vaart zal lopen. “Maar wat als tegen die tijd die 10 procent van de mensheid doordraait? Het zou zo maar kunnen”. Massahysterie, er zijn genoeg voorbeelden van. “Als mensen ineens massaal het zekere voor het onzekere nemen. Met de auto naar de Ardennen gaan omdat je hogerop meer overlevingskans hebt, dan komt zo’n voorspelling toch een beetje uit.” Het zindert steeds harder, de angst voor het bittere einde. Op een website einde2012.nl tikken de seconden al weg. Bijgeloof? Lachwekkend? Misschien, maar wereldwijd – ook in ons land - zijn mensen zich aan het ingraven om die ‘einddag’ te overleven. Want bij ieder Armaggeddon hoort een handjevol overlevenden. De voorspellingen over het einde van de wereld kwamen ook niet uit in de nacht van 31 december 1999 en 1 januari 2000. Ook niet toen Harold Camping, een Amerikaanse onheilsevangelist, vorig jaar de ondergang van de wereld voorspelde. Basis voor het doemdenken is de Maya-kalender. Die voorspelt na een cyclus van ruim 5000 jaar de onderging van de wereld op 21 december, al zijn er nu ook wetenschappers die de einddatum in 2208 leggen, als iedere Nederlander tot z’n 100ste moet doorwerken. Hoe dan ook het einde der tijden komt eraan, met een wisseling van de magnetische polen of andere desastreuze natuurverschijnselen, zoals vloedgolven en uit elkaar barstende vulkanen. Zoals een winterzonnewende rond 21 december. Dan staan zon en aarde precies in één lijn met het centrum van het Melkwegstelsel, een verschijnsel dat eens in de 26.000 jaar plaatsvindt. De zwaartekracht raakt er door van streek. Uit het heelal kan een mysterieuze planeet opduiken, de zon explodeert. Paling vindt het een interessant verschijnsel. “De voorspellingen komen nooit uit, maar voor wie erin gelooft is het nooit afstel, altijd uitstel. Er zit altijd een datum aan vast en dat versterkt het idee dat het echt gaat gebeuren. Het zit diep in de genen van mensen, de vrees dat het een keer uit de hand zal lopen. Dat zie je in alle overleveringen, in alle religies. Mensen zijn bange wezens, veiligheidsfreaks tegenwoordig. Ze willen alle risiso’s uitsluiten. En ze raken op tilt als ze het niet kunnen voorzien of beheersen.” De afgelopen jaren zijn we overstelpt met boeken over de dag des oordeels. De Antwerpenaar Patrick Geryl schreef zich er suf over en zag zijn bankrekening flink aanzwellen. Hij heeft ook praktische tips en natuurlijk een website. Om te overleven moet je hoog op een berg zitten. Geryl heeft er een handeltje van gemaakt door grond te kopen op de Drakensbergen in Zuid-Afrika, waar degenen die willen overleven zich tegen stevige betaling kunnen inkwartieren. In de Pyrenneëen hebben mensen zich al ingegraven en op veel plekken zijn mensen aan het hamsteren geslagen. Je weet maar nooit, tenslotte. Voortekenen kunnen er ook zijn. Zo is er de profetie dat de huidige paus de laatste of een-na-laatste is voor Petrus van Rome terugkeert en de dag des oordeels nadert. “Dus als de paus gaat kwakkelen in november, zou ik er toch niet gerust op zijn”, smaalt Paling. De Telegraaf 12 september 2012

donderdag 7 juni 2012

Van Oranje crisis tot apocalyps

Voor even zit de Nederlandse economie in een oranje wolk. Plasmaschermen vliegen de winkels uit, EK-gadgets worden je bij elke kassa opgedrongen en bier en chips worden massaal gehamsterd. De crisis lijkt voor even vergeten. Brood en spelen – het werkt al 2000 jaar – als vlucht uit de harde werkelijkheid. Maar als wij er straks in de kwartfinale uitvliegen – inderdaad, dit wordt een zwart scenario – zal de klap alleen maar harder zijn. Want wie wil dan nog een tweedehands plasmascherm met oranje vlekken? Om de crisis te bedwingen worden voortdurend nieuwe maatregelen bedacht: de omvang van het Europees steunfonds wordt vergroot (naast de Grieken eventueel ook de Italianen, Spanjaarden, Portugezen), het doel wordt verbreed (naast landen nu ook banken) en vanuit Brussel bepleit men steeds zwaardere centrale bevoegdheden. Dat alles om de geruststellende illusie te wekken dat tenminste iemand iets onder controle heeft. Tevergeefs, want de laatste maanden is maar één ding duidelijk geworden: niet Brussel of Den Haag, maar de markt regeert. De markt van speculanten, consumenten en kiezers. Ondanks alle reddingspogingen ligt Griekenland nu op de rand van faillissement en dreigt een exit uit de Eurozone. Vaarwel ∑uro, hallo Drachme. En als de financiële markten hier niet voor zorgen, dan zijn het wel de Griekse kiezers. Want wat er in alle scenario’s steevast wordt vergeten is de eigen dynamiek van sociale en politieke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die elkaar zodanig kunnen versterken, dat er processen op gang komen die niemand individueel zou hebben gewenst. Een doomsday scenario. Ondanks vertrouwenwekkende bezuinigingsplannen is de rente op Spaanse en Italiaanse staatsobligaties torenhoog. Met een krimpende economie houdt geen enkel land dat vol. Tegelijkertijd zijn Spanje en Italië te groot om door Europa van een faillissement te worden gered. Na de Grieken zullen ook de Spanjaarden en Italianen hun eurotegoeden veilig willen stellen door ze weg te halen bij de onbetrouwbare nationale banken. De in gevaar verkerende Spaanse en Italiaanse banken zijn echter te groot om door de landen zelf te worden gered. Vandaar dat men dan onvermijdelijk bij Europa uitkomt. Die bizarre situatie doet zich echter in elk land van de eurozone voor: de bankensector is te omvangrijk om door de eigen nationale economie te worden opgevangen. Dat betekent dat er op Europees niveau al geruime tijd een spelletje blufpoker wordt gespeeld, met Europa en het steunfonds als een soort bordkartonnen voorgevel met marmeren stoep en bladgoud op de deur, en daarachter een stinkend moeras van aan bederf onderhevige valuta, pandbrieven en schuldbekentenissen. Hoe lang blijft het reddingsverhaal nog geloofwaardig? Inmiddels is na de Franse banken ook zelfs de rating van de Duitse banken naar beneden bijgesteld. Niet-Europese banken kopen inmiddels geen (goedkope!) euro’s meer aan. Is de boel aan het schuiven? Een beginnend economisch herstel zou een lichtpuntje kunnen vormen, maar dat is nu juist ver te zoeken. De economie krimpt en de grootste bezuinigingen en ontslaggolven moeten nog komen. Ondanks feestdagen en EK-koorts is in heel Europa de omzet van de detailhandel fors gedaald. En ook de landen buiten Europa merken nu de gevolgen van de dalende koopkracht op de Europese markt. De wereldhandel stagneert en de dubbele dip in de economie dreigt een blijvertje te worden. De sociale gevolgen van zo’n ontwikkeling laten zich raden. In Zuid-Europa is de werkloosheid al historisch hoog en nadert de jeugdwerkloosheid de 50%. Met name dat laatste is doorgaans een beproefd recept voor sociale onrust en politieke radicalisering. Dat zal doorwerken in eventuele (afgedwongen) verkiezingen. Voeg daarbij een anti-Europees sentiment en het politieke draagvlak voor de Europese Unie, de eurozone en de euro kalft af.. Als we nu alle geruststellende verhalen even vergeten en we voegen nog wat natuurrampen en onheilsvoorspellingen toe, dan valt er voor het najaar van 2012 een mooi zwart scenario te schetsen waarop menig thrillerschrijver jaloers zou zijn. Door aanhoudende bezuinigingen en faillissementen, dalende koopkracht en stijgende werkloosheid komt de economie in een triple dip, waarvan het eind voorlopig niet in zicht lijkt. Zoals George Soros begin juni al voorspelde, verzwakt de Duitse economie in het derde kwartaal en vervliegt daarmee de laatste hoop op herstel. De Griekse kiezers stemmen voor een radicale koers en Griekenland verlaat de eurozone. In Europa wordt koortsachtig gewerkt aan de redding van Spaanse, Italiaanse en Franse banken, maar dit leidt niet tot het gewenste vertrouwen bij speculanten, spaarders en consumenten. Bij vervroegde verkiezingen in verschillende (Zuid) Europese landen neemt de invloed van radicale, vaak anti-Europese partijen toe. Het laatste kwartaal van 2012 zijn de grotere Europese steden het toneel van stakingen, demonstraties, rellen en plundering. Buitenlandse investeringen lopen terug en toerisme en binnenlandse bestedingen dalen naar een historisch dieptepunt. Aan de andere kant van de oceaan is begin november het schuldenplafond terug en verworden tot het centrale discussiepunt van de Amerikaanse verkiezingen. In juni had de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden al een voorschot genomen op deze situatie. De Federale Bank haalt trucs uit om een faillissement over de jaarwisseling heen te tillen, maar de ratings dalen en de rente stijgt. Ook onder Amerikaanse burgers bereikt het vertrouwen in de regering en de toekomst een naoorlogs dieptepunt. Naast economische crisis en sociale onrust wordt de wereld dat najaar ook nog eens geteisterd door natuurrampen – orkanen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, sneeuwstormen. Niet langer de markt, maar de chaos regeert. Wie gaat er dan geen geloof hechten aan een voorspelling van de oude Maya’s, dat op 21 december 2012 de wereld ten einde loopt? In de donkere dagen voor Kerst zullen alle media het thema omarmen en zal iedereen elk nieuw slecht bericht beschouwen als een bevestiging van de juistheid van de voorspelling. Dat is het begin van een self fulfilling prophecy: als mensen denken dat er iets gaat gebeuren, zullen ze daarnaar handelen en daarmee de voorspelling laten uitkomen. Als de Spanjaarden denken dat hun banken op omvallen staan, zullen ze al hun spaartegoeden weghalen en daarmee de val van de bank zelf veroorzaken. Als iedereen denkt dat benzine, drinkwater of blikvoedsel schaars worden, zal men deze gaan hamsteren, totdat inderdaad alles op is. Als alle Europeanen op 20december op de vlucht slaan voor een naderende ramp – welke dan ook – zal de chaos compleet zijn. Is dat te voorkomen? Waarschijnlijk niet. Natuurgeweld en autonome ontwikkelingen kennen een eigen dynamiek en geruststellende verklaringen van overheidswege gelooft tegen die tijd niemand meer. Gelukkig heeft de markt nog wel een oplossing voor de meer gefortuneerden onder ons: een slimme Belg schreef drie bestsellers over het naderend onheil en investeerde de opbrengst daarvan op de enige plek op aarde die volgens hem veilig is: de Drakensbergen in Zuid-Afrika. Boven de 2000 m. kocht hij grond en bouwde hij container huizen die eind dit jaar te huur zijn. Haast u, de tijd dringt en de plekken zijn schaars. En vergeet de kerstboom niet.