woensdag 21 september 2011

Griekse tragedie opmaat tot rampjaar 2012

Een Griekse tragedie is niet leuk om naar te kijken en al helemaal niet als deze zich in de werkelijkheid afspeelt. Ernstig is het, wanneer de regisseurs tijdens de voorstelling blijven roepen ‘dat het goed afloopt’, terwijl later blijkt dat het tegendeel het geval is. Of nog erger: de regisseurs blijken de regie niet eens in handen te hebben, waardoor iedereen nu wacht op het onvermijdelijke want klassieke noodlot. Natuurlijk, er wordt nog wat gekwebbeld over wel of niet in de eurozone en een ‘planmatig’ faillissement, maar dat klinkt net zo onprofessioneel als een gefaseerde onthoofding. Het komt er gewoon op neer dat men de bewegingen van de markt niet in de hand heeft noch deze kan voorspellen. En het maakt niet uit of de Grieken nu wel of niet in de eurozone zitten want de eurolidstaten geven ieder voor zich staatsobligaties uit en de zwakkere broeders – zoals de Italianen – zullen steeds hogere rentes moeten gaan betalen als hun kredietwaardigheid inzakt. Tegelijkertijd krijgen alle Europese banken die de Grieken geld geleend hebben een behoorlijke schadepost te verwerken, met alle gevolgen voor hun notering op de beurs.
Het vreemde is vooral, dat in al die jaren kennelijk niemand de Griekse problemen heeft zien aankomen. En ook nu had ieder weldenkend mens op zijn vingers kunnen natellen dat de Griekse ‘oplossingen’ niet zouden werken. Hogere belastingen? Bij de huidige Griekse belastingmoraal levert dat dus niets op. Verkoop van staatsbedrijven? Met de Griekse ambtelijke cultuur in gedachten wil niemand die bedrijven hebben. Economische groei? Vergeet het maar. ‘Read my lips’: na een onafwendbaar Grieks bankroet zullen de scenario’s van minister De Jager verbleken bij de economische nachtmerrie die straks door Europa waart. Want terwijl in de eurozone bezuiniging op bezuiniging wordt gestapeld zullen deze herfst naast de bladeren ook de aandelenkoersen, winstverwachtingen, economische groeicijfers, waarde van de euro, koopkracht van de burger en vertrouwen van de consument in een neerwaartse spiraal terechtkomen.
Dat zwartste scenario – waar niemand aan wil denken, laat staan over spreken – vormt echter slechts de opmaat voor het rampjaar 2012. Onder het motto ‘you ain’t seen nothing yet’ zal de Amerikaanse verkiezingsstrijd de doodssteek toebrengen aan de zieltogende wereldeconomie.
Dan zal namelijk blijken dat het zo moeizaam bevochten ‘kredietplafond’ niet veilig na de verkiezingen wordt bereikt, maar al veel eerder, midden in de verkiezingsstrijd. De ‘veilige’ tijdhorizon was gebaseerd op een redelijke mate van economische groei. Blijft die groei uit, dan komt dat plafond weer razendsnel dichterbij. Met twee onverzoenbare partijen die in het najaar van 2012 beide kiezen voor een ‘alles of niets’ opstelling (‘No, we cannot’), vormt dat een grote bedreiging voor de Amerikaanse kredietwaardigheid en daarmee de wereldeconomie.
Twintig jaar geleden – in een periode van hoogconjunctuur - stelde de Amerikaanse politicoloog en filosoof Francis Fukuyama nog dat met de val van de muur en het eind van het Sovjet-imperium het Einde van de Geschiedenis was bereikt: de kapitalistische markteconomie en de liberale democratie hadden zich als hoogste menselijke vorm van beschaving bewezen. Inmiddels kunnen we vaststellen dat het eind van de geschiedenis inderdaad aanstaande is, alleen op een andere manier dan Fukuyama destijds had voorzien. Het financiële systeem van de kapitalistische markteconomie hangt voortdurend aan de rand van de afgrond en de liberale democratieën van de wereld hebben hier geen antwoord op.
Jaren later brak bij Fukuyama een nieuw inzicht door dat nu weer actueler is dan ooit. In het boek ‘Trust’ beschreef hij hoe de economische, sociale en politieke systemen in de wereld uiteindelijk allemaal zijn gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen dat een klant zijn rekening betaalt, al bevindt hij zich aan de andere kant van de wereld; het vertrouwen dat de bank de waarde van jouw bankbiljetten garandeert, het vertrouwen dat de staat jou veiligheid, zorg en rechtszekerheid biedt en dat je familie en vrienden je opvangen wanneer dat nodig mocht blijken. Dat fundamentele vertrouwen is al jaren aan het slinken, met alle gevolgen van dien voor onze samenleving. Het terugwinnen van dat vertrouwen is de belangrijkste opgave voor de politici in de liberale democratieën. Vertrouwen in de politiek, vertrouwen in de economie, maar vooral vertrouwen in de toekomst. Dat vergt meer dan ooit het overstijgen van politieke tegenstellingen, het samenwerken op het internationale vlak en in de politieke sfeer bovenal creativiteit, lef en visie. De vraag die wij ons als westerse kiezers dan ook moeten stellen is, of wij de leiders gekregen hebben die we verdienen of die we nodig hebben.

Kees M. Paling
is publicist en auteur van o.a. Het Fin de Siècle als uitdaging.

maandag 1 augustus 2011

Stijg naar hogere kunst met Doe-eens-gek-fonds

In zijn inspirerende bijdrage aan de krant van afgelopen woensdag, zette Tijn Touber uiteen hoe ‘ware kunst voortkomt uit een ander bewustzijn’. Hij maakte daarbij terecht onderscheid tussen ‘een kunstje’ en De Kunst, tussen het vakmanschap van Eric ‘slowhand’ Clapton en de genialiteit van Jimi ‘voodoo child’ Hendrix. Aan het eind van het betoog ontbrak echter een conclusie waardoor het geheel vooral het karakter kreeg van een statement. Daar is op zichzelf niets op tegen, maar omdat er meer in zit hieronder een poging de draad op te pakken waar Touber een gevoelige snaar heeft geraakt.



Het onderscheid dat Touber maakt, wordt namelijk ook gebruikt in het beleid van de overheid. En dan niet alleen in het kunstbeleid; het onderscheid gaat veel verder. Het ‘kunstje’ staat dan voor het vakmanschap van een kunstenaar, een wetenschapper en een ondernemer. Dankzij dat vakmanschap kan de samenleving genieten van concerten en theateruitvoeringen, van de resultaten en toepassingen van gedegen onderzoek en de beschikbaarheid van producten en diensten tegen een concurrerende prijs. Het hart van Touber gaat echter duidelijk uit naar de vertegenwoordigers van De Kunst, de geniale vernieuwers die de samenleving een nieuw perspectief op de werkelijkheid kunnen bieden:

de Picasso’s in de kunst, de Flemings in de wetenschap en de Steve ‘Ipad’ Jobsen in het bedrijfsleven.

Maar zoals Touber al beschreef, kalkten de popfans in de jaren ’60 ‘Clapton = God’ op de muren in Londen. Omdat een tot in de perfectie beheerst vakmanschap door de massa wordt herkend en gewaardeerd, terwijl een geniale vernieuwer als Hendrix controversieel blijft, omdat een Messias, een bevrijder van oude patronen niet snel wordt geaccepteerd.

De geschiedenis leert, dat geniale invallen niet zijn te plannen en dat fundamentele vernieuwing vaak niet bij voorbaat valt te herkennen. Wetenschappelijke doorbraken dienen zich soms bij toeval aan, uitvindingen komen langs in een droom en nieuwe muziekstromen ontstaan tijdens het ‘jammen’ en experimenteren. Dan heb je een probleem als overheid, wanneer je naast ‘kwaliteit’ ook vernieuwing en innovatie wilt bevorderen. Want hoe wil je dat doen?

Er is een tijd geweest dat de overheid dan maar een regeling in het leven riep voor bijvoorbeeld elke Nederlander die een penseel kon vasthouden. Om voorgoed een Van Gogh-trauma te voorkomen en tegelijkertijd de voorwaarden te scheppen voor vele Nederlandse Picasso’s. Maar toen na vele jaren de kunstberg hoger was dan het IJsselmeer diep, leek een duidelijke grens bereikt. Het werkte niet. En datzelfde gold voor de latere commissies van ‘deskundigen’ die de ‘innovatie’ moesten bevorderen of die de voorwaarden moesten scheppen voor revolutionaire doorbraken in het wetenschappelijk onderzoek.

Het dilemma zit ‘m in de zekerheden die de overheid wenst en de onzekerheden die de kunstenaar/pionier opzoekt, in de vaste regels die de subsidieverstrekker hanteert en de gebaande paden die de subsidiegenieter nu juist verlaat. En zelfs als je ‘deskundigen’ inzet ter beoordeling van projecten zullen ook zij blind zijn voor perspectieven die buiten hun wereldbeeld of paradigma vallen.

Een interessante optie – die (let op!) alle zekerheden loslaat – is het scheppen van een fonds ‘Doe eens gek’. Een fonds met een beperkt budget, waaruit de dienstdoend staatssecretaris geheel naar eigen believen projecten kan steunen in de sfeer van cultuur, wetenschap en/of innovatie. ‘U wilt het Binnenhof inpakken? Morgen beginnen!’; ‘Bolbliksems? Wie weet, probeer het maar uit’. Het is een beleid met een beetje ‘Franse slag’; het leverde Parijs bijvoorbeeld de piramide bij het Louvre op – destijds zeer controversieel, maar thans niet meer weg te denken uit het Franse culturele erfgoed.



Het in het leven roepen van een dergelijk fonds zou op zichzelf al een interessant politiek experiment zijn. Het zou namelijk resulteren in het opgeven van zekerheden (investeren zonder garanties, geen afrekening op output) en het verlaten van gebaande paden. Want als politiek ook een vak en daarmee een kunstje is, dan is dit een manier om tot hogere Kunst te stijgen.



Kees M. Paling is publicist en auteur van o.a. ‘Het Fin de Siècle als uitdaging’.

zondag 27 februari 2011

Egyptische interventie in Libie?


Na de euforie over de Arabische Lente in Tunesië en Egypte overheerst nu toch vooral de zorg over de gewelddadigheden in Libië. De volksopstand die op verschillende plaatsen in het land voortwoedt, wordt met zeer harde hand neergeslagen. Kolonel Khadaffi schrikt er zelfs niet voor terug om de Libische luchtmacht in te zetten tegen de eigen bevolking. Tegelijkertijd zijn het diezelfde gewelddadigheden die de steun van de Libische leider verder doen afbrokkelen. Internationaal was er al nauwelijks steun voor het regime, maar inmiddels keren ook de Libische ambassadeurs in het buitenland en een enkele minister binnenslands zich van Khadaffi af. Er zijn berichten over militairen die in het oosten van het land de zijde van de opstandelingen kiezen en twee luchtmachtpiloten zijn met hun Mirage jachtvliegtuigen uitgeweken naar het nabijgelegen Malta. Dat tekent vooral de ontevredenheid en verdeeldheid binnen de strijdkrachten en mag zeker niet beschouwd worden als een opmaat tot een machtswisseling. Anders dan in Egypte – waar het leger een belangrijke rol speelde bij de machtsoverdracht van Moebarak – is het Libische leger op dit moment nauwelijks opgewassen tegen de eigen modern en zwaar bewapende milities en (presidentiële) garde van de Khadaffi-kliek. De laatsten hebben alles te verliezen, maar hetzelfde geldt inmiddels voor de opstandelingen die straks hun leven niet meer zeker zijn als de repressie opnieuw toeslaat. Voor hen is de keuze vooral: nu eervol sneuvelen op straat, of straks een langzame en ellendige dood sterven in de kerkers van de veiligheidsdienst.
Daardoor is het gevaar levensgroot dat de huidige gewelddadigheden in Libië uitlopen op een complete burgeroorlog – voor zover je de huidige bloedige confrontaties al niet zo kunt noemen.
En intussen vraagt de gehele internationale gemeenschap zich af: What makes Moammar run?
Niet de oproepen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en evenmin de verzoeken van de Europese Unie. Ook een oproep van de Arabische Liga zal de kolonel naast zich neer leggen en een aanbod voor een vredesmacht van de Afrikaanse Unie zal hij direct afwijzen. Niemand heeft zich te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Libië.
De kolonel luistert nu eenmaal alleen naar de stem van de wapens. Een staatsgreep door het leger heeft hij altijd weten te overleven en zal ook ditmaal niet de oplossing zijn. De enige optie die overblijft om een einde te maken aan het bloedvergieten is een interventie door de Egyptische strijdkrachten, met wellicht symbolische steun vanuit Tunesië. (symbolisch, omdat het handjevol manschappen waaruit het Tunesische leger bestaat eigenlijk niet gemist kunnen worden in eigen land). Na een bombardement van Libische militaire luchtmachtbases kunnen de Egyptenaren een grondoffensief starten dat vrij snel zal kunnen oprukken door het oostelijke deel van Libië. De Egyptische militairen zullen er ongetwijfeld als bevrijders worden binnengehaald. En tegen de tijd dat de tankeenheden Tripoli naderen, is de kans groot dat de meeste ratten het schip zullen verlaten. Een aanleiding voor een interventie is snel gevonden: het molesteren door veiligheidstroepen van enkele van de vele Egyptenaren die in Libië verblijven. Verder zullen de Amerikanen, Fransen en Britten maar al te graag de Egyptische operatie met zowel diplomatieke als militair-tactische middelen ondersteunen.
De grote vraag is natuurlijk of de Egyptenaren een dergelijk buitenlands avontuur willen aangaan, met het risico dat zij straatgevechten moeten gaan leveren in Tripoli, of voorlopig in Libië zullen moeten blijven om de orde te handhaven. Dat laatste valt op te lossen door een overdracht aan een Afrikaanse vredesmacht. Het eerste is een keuze: willen de Egyptenaren hun Arabische broeders en zusters te hulp schieten? Of nemen ze het risico van een instabiel buurland aan de rand van een burgeroorlog? Wellicht is dit het moment voor VS- en EU diplomaten om de Egyptenaren een laatste duwtje te geven.

maandag 3 januari 2011

Apocalyps 2012


Terwijl menigeen zich afvraagt of Rutte zijn eerste honderd dagen zal volmaken, staat er niemand bij stil dat de mensheid nog maar zo’n 700 dagen te gaan heeft. Het Einde is nabij!

Kees M. Paling

In de aanloop tot het jaar 2000 ontbrak het niet aan voorspellingen over het naderende Einde der Tijden. En of het nu kwam door het computerprobleem (Y2K), een fatale stand van de planeten in ons zonnestelsel, een omkering van de magnetische polen of de inslag van een komeet, ‘the end of the world as we know it’ was op handen. Bewijzen hiervoor werden ontleend aan de astrologie, de openbaring van Johannes, de profetieën van Nostradamus en de visioenen van de heilige Malachias. Maar op 1 januari 2000 bracht het nieuws 24 uur lang louter beelden van feestende wereldburgers, van Kiribati in de Stille Zuidzee tot Hawaï aan de andere zijde van de datumgrens. De lang verwachte Apocalyps bleef uit en menig doemdenker had zich ten onrechte verschanst in een grot, bunker of kelder, met proviand voor zes maanden en tot de tanden bewapend.

De kater was groot, maar zou zeker niet lang duren. Want zoals de Britse historicus Norman Cohn in de jaren ‘60 al aantoonde in zijn studie The pursuit of the millennium geloven doemdenkers wel in uitstel, maar nooit in afstel. De volgende Dag des Oordeels is inmiddels vastgesteld op 21 december 2012. Die voorspelling is gebaseerd op de kalender van de Midden-Amerikaanse  Maya’s, die werkt met een kosmische cyclus van zo’n 12.000 jaar. Bij de overgang van de ene naar de andere cyclus doen zich dusdanige natuurrampen voor dat het voortbestaan van elke beschaving op het spel staat. Die verwachting leeft overigens niet alleen bij de Maya’s in Midden-Amerika, maar ook bij de afstammelingen van de Inca’s in Peru, de Yaqui en Azteken in Mexico, de Hopi, Navajo en Pueblo-indianen in het zuiden van de Verenigde Staten en de Cherokee en Seneca aan de oostkust. Dat diezelfde indianen eerder spreken van een ‘bewustzijnsverandering’ dan van een complete apocalyps – daaraan hebben de ware gelovigen al geen boodschap meer. Een mooi ondergangsvisioen laat men zich immers niet zomaar afnemen. En dat vormt dan ook meteen het eigenlijke gevaar: de menselijke factor. Al in de jaren ’30 van de vorige eeuw formuleerde de Amerikaanse socioloog Thomas zijn wetmatigheid dat ‘als mensen een situatie als reëel inschatten, deze ook reëel zal zijn in zijn consequenties’. Zijn collega Merton werkte dit in de jaren ’60 uit tot de wet van de ‘self fulfilling prophecy’: als mensen een voorspelling geloven en daarnaar gaan handelen, zorgen ze er zelf voor dat die voorspelling uitkomt. De voorbeelden zijn bekend: als aandeelhouders een koersval van een fonds verwachten en massaal hun aandelen te koop aanbieden, dan raakt dat fonds ook daadwerkelijk in een vrije val. Als alle autobezitters denken dat de benzine schaars wordt en ze gaan brandstof hamsteren, dan moeten de benzinestations al na één dag ‘nee’ verkopen. Dergelijke situaties zijn natuurlijk koren op de molen van de nieuwsmedia en de lange rijen automobilisten zullen de noodzaak van hamsteren alleen maar versterken.
Dat een Duitse onderzoeker vorig jaar berekende dat de Maya-cyclus pas over 200 jaar afloopt, mag de pret niet drukken. Ook de 21ste eeuw begon eigenlijk pas in 2001, maar dat weerhield niemand van een grootse millenniumwisseling op 31 december 1999.
Hoeveel mensen inmiddels zwemvesten en rubber bootjes op zolder hebben liggen, is niet bekend. Wel zijn er auteurs als de Belg Patrick Geryl die al geruime tijd overlevingsmogelijkheden aanbiedt in de Zuid-Afrikaanse Drakensbergen. Alleen daar overleef je – aldus de auteur - het nucleaire armageddon van alle kerncentrales die door het natuurgeweld open zullen scheuren. Met het naderen van 2012 zullen dit soort verhalen alleen maar in kracht en omvang toenemen. Waar het om gaat is hoe de mensen hierop zullen reageren. Want wanneer we alle kosmische en natuurrampen met een korreltje zout nemen – die waren immers ook al voorspeld voor de millenniumwisseling – dan resteert nog altijd de menselijke factor. En dat is een factor waarmee met name de media en de politiek serieus rekening moeten houden. Of vrij naar de Amerikaanse president Roosvelt: the only thing Mankind has to fear, is Mankind itself.

Kees M. Paling is cultuursocioloog en auteur van o.a. ‘Mijnheer Van Dale en de Apocalyps; de ondergang van de wereld in 80 dagen’.