Na de euforie over de Arabische Lente in Tunesië en Egypte overheerst nu toch vooral de zorg over de gewelddadigheden in Libië. De volksopstand die op verschillende plaatsen in het land voortwoedt, wordt met zeer harde hand neergeslagen. Kolonel Khadaffi schrikt er zelfs niet voor terug om de Libische luchtmacht in te zetten tegen de eigen bevolking. Tegelijkertijd zijn het diezelfde gewelddadigheden die de steun van de Libische leider verder doen afbrokkelen. Internationaal was er al nauwelijks steun voor het regime, maar inmiddels keren ook de Libische ambassadeurs in het buitenland en een enkele minister binnenslands zich van Khadaffi af. Er zijn berichten over militairen die in het oosten van het land de zijde van de opstandelingen kiezen en twee luchtmachtpiloten zijn met hun Mirage jachtvliegtuigen uitgeweken naar het nabijgelegen Malta. Dat tekent vooral de ontevredenheid en verdeeldheid binnen de strijdkrachten en mag zeker niet beschouwd worden als een opmaat tot een machtswisseling. Anders dan in Egypte – waar het leger een belangrijke rol speelde bij de machtsoverdracht van Moebarak – is het Libische leger op dit moment nauwelijks opgewassen tegen de eigen modern en zwaar bewapende milities en (presidentiële) garde van de Khadaffi-kliek. De laatsten hebben alles te verliezen, maar hetzelfde geldt inmiddels voor de opstandelingen die straks hun leven niet meer zeker zijn als de repressie opnieuw toeslaat. Voor hen is de keuze vooral: nu eervol sneuvelen op straat, of straks een langzame en ellendige dood sterven in de kerkers van de veiligheidsdienst.
Daardoor is het gevaar levensgroot dat de huidige gewelddadigheden in Libië uitlopen op een complete burgeroorlog – voor zover je de huidige bloedige confrontaties al niet zo kunt noemen.
En intussen vraagt de gehele internationale gemeenschap zich af: What makes Moammar run?
Niet de oproepen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en evenmin de verzoeken van de Europese Unie. Ook een oproep van de Arabische Liga zal de kolonel naast zich neer leggen en een aanbod voor een vredesmacht van de Afrikaanse Unie zal hij direct afwijzen. Niemand heeft zich te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Libië.
De kolonel luistert nu eenmaal alleen naar de stem van de wapens. Een staatsgreep door het leger heeft hij altijd weten te overleven en zal ook ditmaal niet de oplossing zijn. De enige optie die overblijft om een einde te maken aan het bloedvergieten is een interventie door de Egyptische strijdkrachten, met wellicht symbolische steun vanuit Tunesië. (symbolisch, omdat het handjevol manschappen waaruit het Tunesische leger bestaat eigenlijk niet gemist kunnen worden in eigen land). Na een bombardement van Libische militaire luchtmachtbases kunnen de Egyptenaren een grondoffensief starten dat vrij snel zal kunnen oprukken door het oostelijke deel van Libië. De Egyptische militairen zullen er ongetwijfeld als bevrijders worden binnengehaald. En tegen de tijd dat de tankeenheden Tripoli naderen, is de kans groot dat de meeste ratten het schip zullen verlaten. Een aanleiding voor een interventie is snel gevonden: het molesteren door veiligheidstroepen van enkele van de vele Egyptenaren die in Libië verblijven. Verder zullen de Amerikanen, Fransen en Britten maar al te graag de Egyptische operatie met zowel diplomatieke als militair-tactische middelen ondersteunen.
De grote vraag is natuurlijk of de Egyptenaren een dergelijk buitenlands avontuur willen aangaan, met het risico dat zij straatgevechten moeten gaan leveren in Tripoli, of voorlopig in Libië zullen moeten blijven om de orde te handhaven. Dat laatste valt op te lossen door een overdracht aan een Afrikaanse vredesmacht. Het eerste is een keuze: willen de Egyptenaren hun Arabische broeders en zusters te hulp schieten? Of nemen ze het risico van een instabiel buurland aan de rand van een burgeroorlog? Wellicht is dit het moment voor VS- en EU diplomaten om de Egyptenaren een laatste duwtje te geven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten