maandag 6 december 2010

De beschaving van de Islam

Ground Zero lijkt uitgegroeid tot een soort heilige grond voor de kruisvaarders die de War on Terror hebben omgedoopt in een heilige oorlog tegen de Islam. Als ergens de Clash of civilizations van Huntington gestalte krijgt, dan is het deze weken wel rond die tientallen vierkante meters in Manhattan. Inmiddels is duidelijk dat 9/11 een dramatische omslag betekende in de beeldvorming rond niet-westerse allochtonen in het algemeen en de volgelingen van Mohammed in het bijzonder. Was de houding van de Europese burgerij jegens de gezinnen van de voormalige gastarbeiders aan het eind van de 20ste eeuw op zijn zachtst gezegd al weinig gastvrij, na de aanslag op de Twin Towers veranderde dit in een onverholen wantrouwen jegens alles wat Mohammedaan was. Iedereen met een baard en een Mediterraan of Oosters uiterlijk werd een potentiële terrorist en de godsdienst die zij beleden werd afgedaan als barbaars en achterlijk.
Nu moet gezegd worden dat de fundamentalistische moslims er ook alles aan deden om zo barbaars mogelijk voor de dag te komen. Talibaan-mannen dwongen de vrouwelijke bevolking om in burkha’s te lopen, terwijl vrouwen die slachtoffer waren van verkrachting gestenigd werden wegens overspel. Al-Quaida strijders ontvoerden westerse journalisten en zakenlieden en sneden hun gijzelaars voor het oog van de camera het hoofd af. Tegelijkertijd sneuvelden Nederlandse militairen in Uruzgan door Afghaanse bermbommen langs de weg.  Beelden en berichten die door de westerse media werden uitvergroot en die alle vooroordelen over de Islam meer dan bevestigden. Beeldvorming bovendien, waarvan een partij als de PVV dankbaar gebruik maakte voor een anti-Islam campagne, met alle bekende politieke gevolgen van dien.

Toch lijkt er de laatste jaren  sprake van een voorzichtige wending in de beeldvorming over en houding jegens de Islam. Een wending die deels lijkt ingegeven door de ervaringen op het Afghaanse strijdtoneel. Zo pleitten verschillende commandanten te velde de afgelopen jaren voor een dialoog met de gematigde Talibaan, om zo een politieke oplossing van het conflict dichterbij te brengen. Tegelijkertijd werd er door Europese intellectuelen en christelijke religieuze leiders een lans gebroken voor meer contacten met gematigde imams en gelovigen, omdat dit de beste waarborg zou zijn tegen radicalisering. (In 2004 was het bevorderen van een dergelijke dialoog zelfs één van de aanbevelingen van de jaarlijkse rapportage van de AIVD).

Tenminste zo interessant is de internationale literatuur, waarin de laatste jaren steeds vaker het beeld opduikt van de beschaving die de moslims naar Europa brachten, terwijl alhier nog de donkere Middeleeuwen heersten, vol bijgeloof, sektarisme en barbarij.
In titels als The Ornament of the World (Menocal, 2003), God’s Crucible (Lewis, 2008), The House of Wisdom (Lyons, 2009) en Science and Islam (Masood, 2010) wordt onder meer een beeld gegeven van de tolerante cultuur van Spaans Andalusië (Al-Andalus) onder de Moren en de wetenschappelijke vooruitgang in de Arabische wereld van destijds als geheel. Het is dit glorieuze tijdperk waaraan jonge Mohammedanen hun identiteit zouden kunnen ontlenen, veel meer dan aan de haatcampagnes van extreme fanatici. En als 9/11 dan misschien toch nog iets goeds heeft opgeleverd, dan is het wel deze herwaardering van de geschiedenis van de Arabische volken en de beschaving van de Islam.

Die brug naar begrip en verdraagzaamheid tussen culturen en bevolkingsgroepen kan eenvoudig weer teniet worden gedaan door de barricaden rond Ground Zero. Daar worden de tegenstellingen uitvergroot en alle nuances vergeten. Voor Nederland kan 9/11 dankzij de aangekondigde toespraak van Wilders zelfs weleens de doodsteek betekenen voor ons tolerante imago. Dan zal ook blijken wat het door Lubbers bedachte bijzondere meerderheidskabinet voor gevolgen heeft voor de publieke uitspraken van ‘de derde partij’. Wilders heeft zelf al aangegeven dat hij altijd en overal wil kunnen zeggen wat hij wil. De gedachte dat zijn uitspraken zijn te beteugelen via een gedoogakkoord is dan ook volstrekt naïef. Want al is er dan nog geen beoogd minister voor integratie, is er intussen wel degelijk een gedoogd minister voor integratie, die in binnen- en buitenland zijn zegje zal doen. De schade die dit zal toebrengen aan de verdraagzaamheid in de samenleving en de internationale beeldvorming rond Nederland valt op dit moment niet te overzien. Wel ligt het voor de hand dat het nieuwe kabinet straks voortdurend naar de Kamer zal worden geroepen om verantwoording af te leggen over de publieke uitspraken van ‘de derde partij’ in het zo bijzondere meerderheidskabinet. Of de onderhandelaars voldoende doordrongen zijn van die consequentie, is ten zeerste de vraag.


Kees M. Paling
Publicist en auteur van o.a. De wereld als halve waarheid

Geen opmerkingen:

Een reactie posten